Film over vervolging Grieken brengt vergeten geschiedenis in beeld
Een film over een het verjagen van christenen uit Istanbul in 1955 maakt emoties los. Veel Turken bleken niet op de hoogte van de pogroms.
„Is dit nou allemaal echt gebeurd?” Een wat oudere Turkse vrouw kan niet geloven wat ze ziet in de film ’Güz Sancisi’, die sinds enkele dagen in de bioscoop draait. Het is een film die over de verschrikkingen in 1955 gaat, het jaar waarin de Griekse minderheid door de Turkse staat aangevallen en verjaagd is.
Turken verbazen zich over de film. Zou het werkelijk op die manier zijn gegaan? De weinige Grieken die nog over zijn, twijfelen er niet over.
De film is afgelopen, het publiek begeeft zich enigszins aangeslagen naar buiten. Ook in de grote straat waar de bioscoopbezoekers lopen, hebben toentertijd plunderingen plaatsgevonden. Een vrouw die tijdens de vertoning van de film constant commentaar gaf, om uiting te geven aan haar verbazing, loopt met twee vriendinnen een toetjeszaak in. Daar zegt ze: „Ik ben 63 jaar en tot de dag van vandaag heb ik niet geweten wat er destijds is gebeurd. Ik schaam me er eigenlijk voor. Maar de Turkse leiders wisten deze informatie goed geheim te houden.”
In ’Güz Sancisi’ van de regisseuse Tomris Giritlioglu wordt een liefdesverhaal verteld van een Turkse jongen die voor de geheime dienst werkt en een Grieks meisje dat in de prostitutie zit. Ze worden beiden slachtoffer van de gebeurtenissen in de herfst van 1955. De ultra-nationalisten plannen een aanval op de christelijke minderheid en laten in een krant het nieuws plaatsen dat er een bomaanslag is geweest op het huis in Griekenland waar Mustafa Kemal Atatürk is geboren. De mannen, die met hun knuppels klaarstaan, gaan vervolgens over tot actie. Zij veranderen de wijk van de christenen in een ’hel’.
Winkels worden twee dagen lang geplunderd. Er vallen tientallen doden. Kerken worden in brand gestoken en de politie kijkt goedkeurend toe. Na deze gebeurtenissen vertrokken bijna alle Grieken uit Istanbul, de stad waar ze eeuwenlang hadden geleefd.
In een hoofdstraat in het centrum van Istanbul waar de plunderingen plaatsvonden, heeft de 69-jarige Mihail Vasiliadis een klein kantoortje in een van de passages. Hij maakt elke dag een krant voor de tweeduizend Grieken die nog overgebleven zijn in de stad.
Vasiliadis was vijftien jaar toen die aanval op de christenen plaatsvond. Hij heeft de film drie dagen geleden gezien en toont veel respect voor de filmmaakster en haar moed om zich te wagen aan zo’n heikel onderwerp. Toch vindt hij dat de film er niet in slaagt om de verschrikking van die twee dagen weer te geven.
Hij vertelt: „Het was werkelijk verschrikkelijk. Mijn familie werd gered door onze Turkse klusjesman die tegen de massa riep dat in ons gebouw geen heidenen woonden. Toen hij ons had gered, pakte hij wel een knuppel om mee te doen met de plunderingen. Ons vond hij belangrijk maar andere Grieken niet.”
Vooral jongeren bezoeken de film. Zij verbazen zich erover dat er voor 1955 zoveel Grieken in Istanbul woonden. Een van die jongeren is de negentienjarige Yesim. Tijdens de pauze zegt ze: „Tien procent van de populatie van Istanbul was Grieks, leer ik. Ongelofelijk. Als ze niet waren verjaagd zouden nu minstens een miljoen Grieken hier wonen.”
Krantenmaker Vasiliadis zit niet te wachten op een excuus van Turkse leiders voor de gebeurtenissen in 1955. Hij vindt dat de leiders ’sorry’ moeten zeggen tegen het Turkse volk dat als een marionet is gebruikt. „Niets is lager dan het manipuleren van de massa’s voor politieke doeleinden”, zegt de man die trots vertelt dat zijn krant alweer een oplage van 950 heeft. „De toenadering van Turkije tot de EU maakt de stad Istanbul steeds aantrekkelijker voor buitenlanders. Misschien dat de Grieken ook terugkomen.”
Bron
© Trouw 2009,
Trouw.nl
Pogrom tegen Grieken
Op de avond van 6 september 1955 vernielden woedende Turken in Istanbul alles wat Grieks was tijdens een door het leger georkestreerde pogrom. Ook Joden en Armeniërs werden het slachtoffer van de strooptocht waarbij politie en leger niet ingrepen. Meer dan tien mensen kwamen om, de materiële schade was enorm. De pogrom zette een emigratie van Grieken in gang. Voor de gebeurtenissen woonden meer dan honderdduizend Grieken in het voormalige Constantinopel, twintig jaar later waren dit er zevenduizend. Nu leven nog drie- tot vierduizend Grieken in